Huizense Klederdracht

Huizen klederdracht



De Huizense dracht is met het donkere kostuum en de helderwitte kappen uniek voor Nederland. De vrouwendracht is na ongeveer 1870 steeds meer versoberd. Het kleurige lage jak en de inleghalsdoek verdwenen en een sober jak kwam daarvoor in de plaats.
Huizen klederdracht
Het jak wordt met grote kopmouwen gedragen. De koppen van de mouwen blijven mooi omhoog staan omdat ze worden opgevuld met een exemplaar van de Huizense krant of met bruin pakpapier, dat minder afgeeft. Jak en rok zijn van donkere tebé. Dit is een heel fijn geweven, wollen stof. Daarover droegen ze een schort van licht geruite katoen, bv lichtgroen, - blauw of -grijs.

Door de week droegen de Huizense vrouwen een isabé, een muts zonder oorijzers. Op zondag werd een zorgvuldig gesteven en gestreken zondagse muts gedragen. De bol van de overmuts is van baptist, de rand van tule met eraan een randje Rijsselse kant, dat namen heeft als: errekant, bladrooskant, scheepjes- of appelkant. Huizen kap Huizen kap Onder deze muts werd een witte katoenen ondermuts gedragen. Over deze ondermuts wordt normaal het oorijzer gedragen. Dit hebben wij momenteel helaas nog niet in onze collectie.